Home      

inhoud



De knikker oorlog 

                    Een geruchtmakende episode uit de familiegeschiedenis van het jaar 1919              (Bladzijde 5)

Het Algemeen Handelsblad kreeg een lezersbrief van een oud -Indischgast. Ook hij had een verklaring voor de knikkerregen in de Nieuwe Kerkstraat

De knikkergeschiedenis en stille-Kracht

Door Arthur Tervoren

Vrouw Rosine meent, zoals uit het voorafgaande briefje blijkt " als vrouw van het vak" uit de boeken en kaarten te hebben gelezen, dat het `n voorteken was dat in Nederland de Jodenvervolging zou beginnen. ; ik heb eenvoudig gedacht aan een kwajongensstreek, toen ik het eerst hoorde van dat zonderlinge knikkerbombardement in onze Nieuwe Kerkstraat te Amsterdam. Over een paar dagen zouden ze de flouwe grappenmaker wel te pakken hebben. Maar, die paar dagen gingen voorbij en werden een paar weken en nog steeds weet niemand, hoe er ook op de knikker-wellusteling werd geloerd, wie de man is die de hele Nieuwe Kerkstraat dagen lang in rep en roer gebracht heeft.

Dat was toch wél sterk en ik dacht aan Indië en wat ik daar meegemaakt heb. `t Was een soortelijk geval , al werd er dan ook niet met knikkers gegooid maar met stenen en al was het heele gebeuren vèèl " griezeliger". `t Lijkt me aardig daarvan, naar aanleiding van de Amsterdamsche knikker geschiedenis eens te vertellen.

Op zekeren dag ontving ik op mijn bureau, waar ik in Medan-Deli, waar ik redacteur van een der platselijke bladen was, bezoek van een Chineeschen koelie-een jinriksja-koeli- een van die arme kerels, die als trekdieren voor kleine rijtuigjes voor personen vervoer gebruikt worden., die mij zijn nood klaagde, dat het bij hem thuis spookte. Ik lachte natuurlijk, maar de man hield vol, dat het toch heusch waar ; er vielen zodra het donker werd , telkens steenen in zijn woning. Toean moest maar eens komen kijken, als hij er niet te bang voor was. Nu, Toean was niet bang en ging nog denzelfden avond. Het was een heel armelijke woning, een uit hout en atap opgetrokken huisje, met een woonvertrek en daar achter een keukentje, terwijl langs beide een gang liep. En vóór het woonvertrek, als in alle Chineesche huizen, rijke of arme, nog een bidvertrekje waarin een altaartje stond met een afbeeldsel van den Tepeikong (God) waarvoor een heel klein lampje brandde. Daar zat, toen ik binnen kwam, de koeli te bidden.

Of er alweer gegooid was, vroeg ik. De man antwoordde ontkennend; het was nog te vroeg voor de spoken, die kwamen altijd eerst later. Dan maar wachten. Ik nam plaats op den eenigen stoel uit het huis en wilde een praatje beginnen, maar de man beduidde mij dat ik zwijgen moest , als er gesproken werd kwamen de geesten niet. Ik zal misschien een half uur zwijgend in het halfdonker hebben gezeten en het geval begon me al lelijk te vervelen toen ik plotseling iets tegen mijn been voelde, en een lucifer aanstekend, zag ik voor mij op den vloer een grooten baksteen liggen. Ik had duidelijk gevoeld, dat deze mijn been getroffen had; pijn had het echter niet gedaan, wat, als er mee gegooid, toch minstgenomen nogal verwonderlijk was.

Dien avond gebeurde er verder niets, en den volgenden avond kwam ik terug met een vriend. Weer geschiedde hetzelfde, met dit eenige verschil, dat er nu twee steenen voor onze voeten neervielen. Dat werd me toch te sterk! Welke kerel kon mij dien poets toch spelen? Ik besloot het zaakje eens terdege te onderzoeken en ging de volgende dag reeds vóór het donker met een aantal vrienden en kennissen en personeel van de zetterij naar het spookhuis om dit eens goed te inspecteeren.

In de gang namen een paar personen plaats om daar toezicht te houden; in de keuken en het woonvertrek eveneens, een paar der zetters van m`n krant waren inde hooge, naast het huis staande, klapperbomen geklommen, ik zelf en een tweed persoon namen plaats in het bidvertrekje. En niettegenstaande we allen ons best deden om er achter te komen wáár de steenen vandaan kwamen is ons dit niet mogen gelukken. Maar de steenen kwamen wél weer. Het fornuis in een Indische keuken ziet er heel anders uit dan dat van een Holandsche huisvrouw. Het bestaat eenvoudig uit een aantal los opelkaar gestapelde baksteenen waartuschen openingen zijn vrijgelaten om het vuur in aan te leggen. Een der aanwezigen kwam op het denkbeeld, dat de steenen waarmee gegooid werd, weleens van dit fornuis afkomstig konden zijn en daarom werden zij de volgenden dag stuk voor stuk, voorzover ze tenminste los lagen, met krijt gemerkt en geteld. Natuurlijk werd de wacht in de keuken extra versterkt. De steenen, welke dien avond geworpen werden waren werkelijk van het fornuis en ontbraken ook aan het aantal, dat tevoren in de keuken aanwezig was. Hoe ze daar verdwenen waren, bleef een raadsel. Den avond daarop kwamen we voor een nog sterker staaltje van de stille kracht(?) te staan. De gemerkte steenen werden in een kist gedaan en deze met een deksel gesloten. Ik zelf ging op het deksel zitten... Toch werden ook die avond enige steenen gegooid en deze bleken werkelijk aan het aantal dat ik zelf in de kist gedaan had, te ontbreken. Na een dag of veertien hield het steenen gooien op, maar nooit ben ik er achter gekomen, hoe dergelijke dingen in hun werk gaan.

Als iemand mij het bovenstaande verhaal had gedaan , ik beweer, dat ik hem dan wel een beetje ongeloovig zou hebben aangekeken en ik kan me niet begrijpen dat er onder hen die dit lezen, ook wel zullen zijn. die een erg twijfelachtig gezicht zetten. Maar nu ik het zelf heb meegemaakt, moet ik wel aannemen dat zulke dingen, die je niet doorgronden kan, werkelijk gebeuren kunnen, dat bedrog of voor-den-gek-houderij in het spel was, is absoluut uitgesloten, daarvoor waren de maatregelen die ik genomen had te secuur.

Is het wonder, dat ik aan deze geschiedenis dacht, toen bleek dat de dader van het Amsterdamse bombardement nooit opgespoord kon worden? Trouwens, ik had in Indië meer van dergelijke dingen gehoord; het boven verhaalde geval is echter het eenige-- op dit gebied tenminste-- dat ik zelf meemaakte.

Het raadsel werd opgelost door de familie zelf, maar zij zwegen. Naar verluidt had Toon Vittali, de oudste zoon van Pietro Antonio een liefdes ? verhouding met een dame die veel ouder was maar met veel geld. Toen hij haar van het geld verlost had kwam aan de verhouding een einde. Met de hulp van een aantal ingehuurde jongens werd het knikker bombardement haar manier om wraak te nemen op de familie Vittali?????????

   vorige                                                     
                                                                        top