| Home Inhoud |
![]() |
Het zijn zeer zelden de druktemakers die tot grote daden overgaan. Henk Vittali, een man van weinig woorden, reageerde spontaan en door zijn resolute optreden werd een menselijke tragedie voorkomen. De brand en de daaruit volgende heldendaad vonden plaats op 16 januari 1967.
Kabellegger redt acht mensen De 54-jarige kabellegger van het GEB, de heer H
Vittali is sinds zaterdag middag de held van de Amsterdamse Dapperbuurt.
Hij redde nl. zonder enige hulp ten minste acht mensen uit een enorme
vuurzee, die woede in de Pieter Nieuwlandstraat. De heer Vittali vertelde in zijn woning aan de Dapperstraat, terwijl hij het roet nog uit zijn ogen veegde: "Ik zat hier in mijn woning voor het raam, toen ik plotseling rook uit de Pieter Nieuwenlandstraat zag opstijgen. Ik dacht dat het een schoorsteenbrandje was, maar ben toch maar gaan kijken. Ik ben gek op branden. In de oorlog ben ik zelf bij de brandweer geweest en mijn zoon is het op dit moment ook. Toen ik bij de brandende huizen aankwam, was daar niemand. De brandweer was er nog niet. Gelukkig stond de voordeur open. Met mijn hand voor de mond baande ik mij een weg door de verstikkende rook. Het eerst ging ik naar de hoogste etage, waar ik een paar kleine kinderen vastgreep. Met in beide handen een paar kleine pummeltjes ging
ik weer de trap af. Ik zette ze-ze huilden hevig--op straat en ben weer
naar boven gegaan. Toen nam ik de onderliggende etage. Weer ging ik met in
beide armen mensen de trap af. Of het jongens of meisjes, mannen of
vrouwen waren weet ik niet meer. Het interesseert mij ook niet. Misschien wat hardhandig heb ik haar toen uit de stoel getrokken en op mijn nek mee de trap afgenomen. Toen ik op de laatste trede stond en haast va uitputting ineen zakte, stond daar een dame, die haar van mij overnam. Op dat moment was er nog van geen brandweer sprake. |
|
|
Wij weten niet precies wat |
| Toen
deze kwam ben ik nog een keer omhoog gegaan. Als GEB man had ik al gezien,
dat het huis onder spanning stond. Ik wist de meterkast natuurlijk te
vinden en heb die met een bijl ingeslagen. Eerst toen kon het bluswerk
beginnen", aldus de uitgeputte mijnheer Vittali.
Commentaar van zijn vrouw: " Als hij brand ziet is
het net een klein kind. Hij moet er naar toe, alleen is het verschil met
hem en de andere nieuwsgierigen, dat hij nooit met zijn handen in zijn
zakken staat." Zeven gezinnen werden door de vuurzee uit hun huizen verdreven en moesten door de Rampendienst worden ondergebracht. Het merendeel van de leden van deze gezinnen werden door de heer Vittali uit het vuur gered. Zij die niet door hem uit het huis werden gehaald waren op dat moment niet aanwezig. De brand ontstond in een houten opslagplaats in de tuin van pand 86, waar evenals in het onderhuis platen schuimplastic van de firma Horn waren opgeslagen, doordat tijdens het aansteken een butakacheltje explodeerde. |
||
|
|
||
| top |
||